De toets voor 30 km/h buiten de bebouwde kom

Smalle weg door een lint, met aan beide kanten woningen en voortuinen dicht langs de rijbaan en bomen langs de berm.

Bewoners langs dijkwegen en linten vragen hun wegbeheerder steeds vaker om 30 km/h. Ze zien dat er harder wordt gereden dan de 60 km/h die er geldt, terwijl er meer fietsers en wandelaars op de dijk komen. Soms neemt de wegbeheerder zelf het initiatief, na een analyse van de risico’s op zijn wegen. Of 30 km/h daar mag, weten veel mensen niet. Ook wij zochten het bij de eerste vraag opnieuw uit. Het antwoord is ja.

De wegbeheerder stelt 30 km/h buiten de kom in met een verkeersbesluit, op basis van de Uitvoeringsvoorschriften bij het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW). De lastige vraag is of 30 km/h past bij de weg. Dat hangt af van de verblijfsfunctie. Daar gaat het in de praktijk het vaakst mis.

De toets in vier vragen

Mag het?Ja. Met een verkeersbesluit, als de weg aan vijf eisen voldoet.
Past het bij de omgeving?Alleen waar mensen verblijven. Woningen dicht langs de weg, een school, sportpark of camping.
Kan de inrichting het dragen?Per weg afwegen. De weg moet eruitzien als een weg waar je vanzelf langzaam rijdt.
Helpt een andere komgrens?Nee. De eisen blijven gelijk, andere verkeersregels veranderen mee.

Mag het?

Wettelijke basis voor 30 km/h buiten de kom

Bord A1 met 30 km/h mag buiten de bebouwde kom op wegvakken staan als de weg aan vijf eisen voldoet. Ze staan in paragraaf 4 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.

De vijf eisen voor bord A1 gelden ook voor een 60 km/h-zone buiten de kom. Wie ooit een 60 km/h-zone instelde, kent ze dus al.

Het verkeersbesluit neemt de wegbeheerder zelf (artikel 18 Wegenverkeerswet 1994). Voor een gemeenteweg is dat het college van burgemeester en wethouders. Voor een weg van een waterschap is het dagelijks bestuur bevoegd. Voor een provinciale weg zijn dat Gedeputeerde Staten.

De vijf eisen uit de Uitvoeringsvoorschriften BABW

1
Verblijfsfunctie Hier gaat het het vaakst misElke weg in het gebied heeft voornamelijk een verblijfsfunctie.
2
Aangepaste wegDe weg en zijn omgeving zijn waar nodig aangepast, zodat veel autoverkeer de verblijfsfunctie niet aantast.
3
Gevaarlijke puntenGevaarlijke punten hebben extra aandacht gekregen. Het gaat om oversteekplaatsen van kinderen en ouderen, kruisingen met een hoofdfietsroute en kruispunten met een voorrangsregeling.
4
Herkenbare overgangEen overgang naar een andere maximumsnelheid is aan de weg zelf te herkennen.
5
Voorrang geregeldLigt de overgang naar een hogere snelheid binnen 20 meter van een kruisende weg, dan is de voorrang daar geregeld.

Past het bij de omgeving?

Verschil tussen een erftoegangsweg en een verblijfsgebied

Een erftoegangsweg is nog geen verblijfsgebied in de zin van de wet. In de indeling van Duurzaam Veilig heeft elke erftoegangsweg een verblijfsfunctie, ook een polderweg zonder één huis. Met die lezing zou bijna elke plattelandsweg in aanmerking komen voor 30 km/h. Zo is de regel niet bedoeld.

Polderweg zonder woningen

60 km/h

Erftoegangsweg, geen verblijfsgebied. Akkers aan weerszijden en een enkel erf passen bij 60 km/h.

Lint met woningen langs de weg

school

30 km/h

Erftoegangsweg in een verblijfsgebied. Hier wonen, spelen, sporten en fietsen mensen.

De eerste regel bij bord A1 maakt het verschil. De maximumsnelheid moet passen bij het wegbeeld en redelijkerwijs voortvloeien uit de aard en de inrichting van de weg en zijn omgeving (Uitvoeringsvoorschriften BABW, bord A1). Een landelijke weg met akkers aan weerszijden past bij 60 km/h. Voor 30 km/h moet de omgeving laten zien dat er mensen wonen, spelen, sporten of naar school gaan.

Wij lezen een verblijfsfunctie buiten de kom daarom als een omgeving waar mensen verblijven. Dat zijn woningen dicht langs de weg of voorzieningen als een school, sportpark, zorginstelling of camping.

Zonder een omgeving waar mensen verblijven, blijft 30 km/h een bord dat de weg tegenspreekt.

Een eigen maat voor de verblijfsfunctie

De wet zegt niet hoeveel woningen er moeten staan of hoe dicht bij de weg. Een wegbeheerder moet die maat zelf kiezen en vastleggen. Anders krijgt elk bewonersverzoek een ander antwoord. Dan staat elk besluit er los voor als iemand bezwaar maakt.

Voor lengte en dichtheid is het stappenplan voor komgrenzen in de ASVV 2021 een bruikbaar vertrekpunt. Welke drempelwaarde je kiest, is een bestuurlijke keuze met een verkeerskundige onderbouwing.

De criteria die steeds terugkomen

  • De afstand van de woningen tot de weg
  • De lengte waarover bebouwing staat
  • De dichtheid van die bebouwing
  • De voorzieningen langs de weg
  • De breedte van de rijbaan
  • De rol van de weg in het fietsnetwerk

Welke drempelwaarde?

Strenge maatWeinig wegen, die dan wel overtuigend passen.
Ruime maatMeer wegen in beeld, maar de inrichting moet meer werk doen.
Asfaltweg aan de voet van een grasdijk, met aan één kant woningen dicht langs de rijbaan, lantaarnpalen en een onderbroken witte streep in het midden.
Woningen dicht langs een dijkweg. Het asfalt en de witte streep in het midden passen nog niet bij de ideale inrichting van een 30 km/h-weg.

Kan de inrichting het dragen?

Inrichting die de 30 geloofwaardig maakt

Een 30 km/h-weg buiten de kom moet eruitzien als een weg waar je vanzelf langzaam rijdt. In de ideale inrichting van een erftoegangsweg heeft de weg open verharding, geen witte lengtemarkering en openbare verlichting (CROW-publicatie 315, Basiskenmerken wegontwerp).

Veel wegbeheerders buiten de kom kiezen voor asfalt vanwege onderhoud en geluid, en plaatsen verlichting alleen waar het moet. Dat beleid botst met de ideale inrichting van een 30 km/h-weg. Het maakt 30 km/h niet onmogelijk, maar het vraagt een bewuste afweging per weg.

Snelheid langs de weg

Van 80 naar 30 km/h gaat via 50 km/h

80605030Naar 50 km/hbijvoorbeeld met een poortNaar 30 km/hplateau, bajonetof rotondeIn één stap van 80 naar 30: kent de richtlijn niet30 km/h in het verblijfsgebied

Van 60 naar 30 km/h kan wel rechtstreeks.

Een overgang van 80 naar 30 km/h in één stap kent de richtlijn niet. Zo’n overgang loopt via 50 km/h, zodat de bestuurder de verlaging kan volgen (ASVV 2021, paragraaf 13.1). Van 60 naar 30 km/h kan wel rechtstreeks. Een plateau, een dubbele bajonet of een rotonde maakt die overgang herkenbaar.

Buiten de kom komen er vragen bij die binnen de kom minder spelen:

  • Is er ruimte voor een versmalling of een plateau?
  • Liggen drempels niet te dicht bij woningen, waar zwaar verkeer trillingen veroorzaakt?
  • Kunnen de landbouwmachine en de bus er nog langs?

Helpt een andere komgrens?

Gevolgen van een verlegde komgrens

De komgrens verleggen lijkt een kortere route naar 30 km/h, maar de eisen blijven gelijk. Ook binnen de bebouwde kom vraagt 30 km/h een verkeersbesluit dat voldoet aan de Uitvoeringsvoorschriften BABW. Dat besluit blijft bij de wegbeheerder. Alleen de komgrens zelf stelt de gemeenteraad vast (artikel 20a Wegenverkeerswet 1994).

De Wegenwet heeft een eigen komgrens, die Gedeputeerde Staten vaststellen (artikel 27 Wegenwet). Via de wegenlegger bepaalt die grens wie een weg buiten de kom onderhoudt. Schuift alleen de komgrens voor het verkeer op, dan liggen de twee grenzen op verschillende plekken. Veel gemeenten houden ze daarom bewust gelijk.

Een verplaatste komgrens verandert meer dan de standaardsnelheid van 80 naar 50 km/h. Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) kent meer regels die afhangen van binnen of buiten de kom:

Regels uit het RVV 1990 die verschillen

Bromfietser op het fiets- en bromfietspad (artikel 20 en 21)

Binnenmaximaal 30 km/hBuitenmaximaal 40 km/h

Parkeerverbod op de rijbaan van een voorrangsweg (artikel 24)

Binnengeldt nietBuitengeldt

Een bus de gelegenheid geven om weg te rijden van de halte (artikel 56)

BinnenverplichtBuitenniet verplicht

Voor een heel wegennet

Werkwijze voor het scannen van een heel wegennet

Wie per bewonersverzoek toetst, beslist weg voor weg en loopt het risico op ongelijke antwoorden. Exante heeft een vaste werkwijze om een groot wegennet in één keer te scannen op wegen die in aanmerking komen voor 30 km/h. De werkwijze heeft vier stappen:

  1. 1

    Combineren op de kaart

    Op de kaart combineren we de wegcategorie, de breedte van de rijbaan, de woningen en hun afstand tot de weg, de lengte van de bebouwing en het fietsnetwerk.

  2. 2

    Bijzondere wegen apart

    Losliggende wegen en wegen die aansluiten op de bebouwde kom halen we apart naar voren, omdat daar andere keuzes spelen.

  3. 3

    Bespreken met de wegbeheerder

    De uitkomst bespreken we met de wegbeheerder, die zijn gebied kent.

  4. 4

    Toetsen op de inrichting

    Voor de wegen die overblijven toetsen we of een geloofwaardige inrichting in de praktijk past, met oog voor ruimte, woningen, landbouwverkeer en onderhoud.

Het resultaat is een korte lijst van kansrijke wegen. Met die lijst kiest een wegbeheerder tussen afwachten tot er een verzoek komt, of de geschikte wegen zelf opnemen in de wegcategorisering en inplannen.

Buiten de kom speelt een vergelijkbare vraag bij de GOW60. Binnen de kom gaat het om de GOW30. Steeds maakt de inrichting de limiet geloofwaardig, niet het bord.

Veelgestelde vragen over 30 km/h buiten de bebouwde kom

Mag je 30 km/h instellen buiten de bebouwde kom?

Ja. De Uitvoeringsvoorschriften BABW staan bord A1 met 30 km/h buiten de bebouwde kom toe. De weg moet dan aan vijf eisen voldoen. De belangrijkste is dat elke weg in het gebied voornamelijk een verblijfsfunctie heeft. Verder moet de weg zijn aangepast, hebben gevaarlijke punten aandacht nodig en moet de overgang naar een andere snelheid herkenbaar zijn. De wegbeheerder legt het vast in een verkeersbesluit.

Wie neemt het verkeersbesluit voor 30 km/h buiten de kom?

De wegbeheerder neemt het verkeersbesluit, binnen en buiten de bebouwde kom. Voor een gemeenteweg is dat het college van burgemeester en wethouders. Voor een weg van een waterschap is het dagelijks bestuur bevoegd. Voor een provinciale weg zijn dat Gedeputeerde Staten. Dat staat in artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994. De gemeenteraad beslist alleen over de ligging van de komgrens.

Is elke erftoegangsweg buiten de kom geschikt voor 30 km/h?

Nee. In de wegcategorisering heeft elke erftoegangsweg een verblijfsfunctie, ook een polderweg zonder woningen. Voor 30 km/h moet de snelheid ook redelijkerwijs voortvloeien uit de weg en zijn omgeving. Buiten de kom betekent dat woningen dicht langs de weg of voorzieningen als een school, een sportpark of een camping. Zonder zo’n omgeving ligt een 60 km/h-zone meer voor de hand.

Kan een weg in één stap van 80 naar 30 km/h?

Nee. De ASVV 2021 kent geen directe overgang van 80 naar 30 km/h. Zo’n overgang loopt via 50 km/h, zodat de bestuurder de verlaging kan volgen. Van 60 naar 30 km/h kan wel rechtstreeks. De overgang moet dan aan de weg zelf te herkennen zijn. Een plateau, een dubbele bajonet of een rotonde doet dat beter dan alleen een bord.

Maakt een verlegde komgrens 30 km/h makkelijker?

Nee. Ook binnen de bebouwde kom moet een 30 km/h-weg voldoen aan de eisen uit de Uitvoeringsvoorschriften BABW. Het verkeersbesluit blijft bij de wegbeheerder. De komgrens verleggen vraagt wel een extra besluit van de gemeenteraad. Het verandert ook andere verkeersregels, zoals de snelheid van bromfietsers op het fietspad en het parkeerverbod op de rijbaan van een voorrangsweg.

Van inzicht tot inrichting.

Heb je een vergelijkbaar vraagstuk? We beginnen graag met een goed gesprek.