Parkeerbalans laten opstellen of laten toetsen

Een parkeerbalans laat zien of een bouwplan genoeg parkeerplaatsen heeft. Hij zet de parkeervraag van het nieuwe programma naast het aanbod op eigen terrein en in de straten eromheen. De gemeente vraagt hem bij een omgevingsvergunning, een functiewijziging of een wijziging van het omgevingsplan. Wij stellen de balans op met de parkeernormen van de gemeente, de kencijfers van CROW en waar nodig een eigen drukmeting. Je krijgt een onderbouwing die de gemeente kan narekenen en die bij bezwaar overeind blijft. Dat deden wij in ruim 250 parkeervraagstukken. Ben je jurist, dan kijken wij ook een balans van een ander bureau voor je na.

Bovenaanzicht van het plan voor het Petrus Dondersplein in Sint-Michielsgestel, met de geplande parkeervakken en groeninrichting.
Het plan voor de herontwikkeling van het Petrus Dondersplein in Sint-Michielsgestel. De parkeerbalans zette de parkeervraag van dit plan naast de capaciteit in de omgeving.

Aanleiding

Situaties waarin de gemeente een parkeerbalans vraagt

De gemeente vraagt een parkeerbalans zodra een plan meer parkeervraag oplevert dan er nu is. Dat speelt in vijf situaties.

  • Nieuwbouw van woningen, kantoren of voorzieningen.
  • Uitbreiding van een bedrijf, zoals op bedrijventerrein De Run in Veldhoven.
  • Een nieuwe functie in een bestaand pand, bijvoorbeeld wonen in een oud kantoor.
  • Een tijdelijke functie, zoals de huisartsenpraktijk in Zuidwende.
  • Een plan dat minder parkeerplaatsen wil dan de norm en dat wil onderbouwen.

Onder de Omgevingswet staat de parkeernorm in het omgevingsplan of in een beleidsregel waar het omgevingsplan naar verwijst. Welke nota voor jouw plan geldt, hangt af van de datum van de aanvraag. Daar begint elke balans die wij opstellen.

Aanpak

Werkwijze in vier stappen

Een parkeerbalans rekent per dagdeel. Het drukste moment van de week bepaalt meestal of het plan past. Wij kiezen daarbij de meest verdedigbare aanname en niet de gunstigste.

Stap 1

Programma en parkeernorm

De nota van de gemeente of de CROW-kencijfers vertalen het programma in woningen en vierkante meters naar een parkeervraag.

Stap 2

Aanwezigheid en dubbelgebruik

Bewoners parkeren ’s nachts, kantoorpersoneel overdag. Een openbare plaats kan beide bedienen.

Stap 3

Vraag naast aanbod op eigen terrein

Per dagdeel blijkt of het plan op eigen terrein genoeg plaatsen heeft. Past het, dan is de balans klaar.

Stap 4

Drukmeting bij een tekort

Past het niet, dan meten wij de parkeerdruk in de straten eromheen. Blijft daar restcapaciteit over, dan kan het plan die benutten.

Hoe aanwezigheidspercentages de balans veranderen

Het aanwezigheidspercentage zegt welk deel van de parkeervraag op een dagdeel aanwezig is. Een woning telt in de werkdagnacht voor 100% mee en op een werkdagmiddag voor 60%. Een kantoor telt op die middag voor 100% mee en ’s nachts voor 0%. Die percentages staan in CROW-publicatie 744. Delen een woning en een kantoor dezelfde openbare plaatsen, dan is de optelsom op elk dagdeel kleiner dan de som van beide normen.

De meeste gemeenten nemen deze percentages over in hun nota parkeernormen. Die nota is het toetskader, dus daar rekenen wij mee. Wijkt de nota af van CROW, dan gaat de nota voor.

Oplevering en wat wij van je nodig hebben

Wat je ontvangt

  • Een notitie met de conclusie voorop en de parkeervraag per dagdeel.
  • Bij een drukmeting ook de telresultaten per straat, als tabel en in Excel, met kaarten van de bezettingsgraad per telmoment.
  • Eerst een concept met een reactieronde, daarna de definitieve notitie.

Wat je aanlevert

  • Het programma in woningen en vierkante meters per functie.
  • De nota parkeernormen van de gemeente, als je die al hebt.
  • Eerdere parkeeronderzoeken of tellingen in het gebied.

Een drukmeting bepaalt de omvang van het werk. Een grotere loopafstand betekent meer straten om te meten. De offerte is per stap opgebouwd, zodat je zelf kiest of er een extra scenario of telmoment bij komt.

Een eenvoudig plan is in 2 weken klaar, een complex plan met meerdere scenario’s of faseringen vraagt tot 6 weken. Een drukmeting komt daar los bij.

Parkeerbalansen uit onze projecten

Sint-Michielsgestel

Herontwikkeling Petrus Dondersplein

Voor een ontwikkelaar zetten wij de parkeervraag van de nieuwe functies, met dubbelgebruik, naast de capaciteit in de omgeving. Het plan past binnen de gemeentelijke normen. Bekijk het project

Maarssen

Ontwikkeling Harmonieplein

Voor de gemeente Stichtse Vecht maten wij de parkeerdruk en stelden wij de balans op voor nu en straks, met advies over de parkeeroplossing. De parkeerbehoefte bleek oplosbaar. Bekijk het project

Veldhoven

Uitbreiding op bedrijventerrein De Run

Een ontwikkelaar wilde uitbreiden. Drukonderzoek op meerdere dagmomenten liet zien dat de uitbreiding binnen de parkeernormen past. Bekijk het project

Hendrik-Ido-Ambacht

Tijdelijke huisartsenpraktijk Zuidwende

Voor de gemeente maten wij ook op de drukste dagdelen van de praktijk. De extra vraag bleek op te vangen in de omgeving. Bekijk het project

Toets van de Raad van State bij een lage parkeernorm

Een lage parkeernorm houdt stand als elke korting een eigen bron heeft. Dat bleek op 5 augustus 2026 bij de Toekanweg in Haarlem. Het plan levert 218 parkeerplaatsen voor 823 appartementen en commerciële ruimte, fors onder de eigen norm van de gemeente.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetste of het mobiliteitsonderzoek de kortingen droeg. Referentieprojecten lieten zien dat ze realistisch waren. In de vergunning staat dat bewoners geen parkeervergunning krijgen. Wij lezen er vijf lessen in voor wie een parkeerbalans opstelt of beoordeelt. Ze staan in ons artikel over de uitspraak.

Bron: Raad van State, uitspraak 202402052/1/R1 van 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4602.

Veelgestelde vragen over de parkeerbalans

Wat is een parkeerbalans?

Een parkeerbalans is een berekening die de parkeervraag van een plan naast het parkeeraanbod zet. De vraag volgt uit het programma, de parkeernorm van de gemeente en de aanwezigheid per dagdeel. Het aanbod is eerst het eigen terrein. Schiet dat tekort, dan telt na een drukmeting de restcapaciteit in de straten binnen loopafstand mee. Sluit de balans op het drukste moment, dan heeft het plan genoeg parkeerplaatsen.

Hoe toetst de gemeente een parkeerbalans?

De gemeente rekent de balans na tegen haar eigen parkeernormen. Zij kijkt of het programma klopt, welke kencijfers en aanwezigheidspercentages zijn gebruikt en of de telmomenten representatief zijn. Volgens CROW-publicatie 744 geldt een berekening met de CROW-kencijfers als voldoende motivering. Wij zetten elke aanname met haar bron in de notitie. De toetser hoeft dan niets te zoeken.

Mag een plan minder parkeerplaatsen hebben dan de norm?

Ja, als elke korting apart onderbouwd is. De gemeente mag gemotiveerd afwijken van haar beleidsregels op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. Een korting voor openbaar vervoer, deelauto’s of minder bezoekers houdt stand met cijfers uit vergelijkbare projecten. Een harde borging in de vergunning helpt, zoals geen parkeervergunning voor nieuwe bewoners. Zonder die onderbouwing is een lage norm een gok.

Wat gebeurt er als omwonenden bezwaar maken tegen de parkeerbalans?

Dan beoordeelt de gemeente en later de rechter of de balans deugdelijk en controleerbaar is. De bekende aanvalspunten zijn de telmomenten, de loopafstand, de gekozen kencijfers en kortingen die op dezelfde grond stapelen. De rechter toetst aan de norm die gold op het moment van het besluit. Sta je aan de kant van de bezwaarmaker, dan kijken wij een balans ook voor je na.

Is een parkeerdrukmeting altijd nodig?

Nee. Een parkeerbalans en een parkeerdrukmeting staan los van elkaar. Heeft het plan genoeg plaatsen op eigen terrein, dan is de balans genoeg. Schiet het eigen terrein tekort, dan meten wij de parkeerdruk in de omgeving. Zo zien we of de restcapaciteit in het openbaar gebied het verschil opvangt. In een woonwijk meten we dan ’s avonds en ’s nachts, op drie momenten die we elk twee keer meten.

Welke loopafstand telt mee in een parkeerbalans?

De loopafstand bepaalt welke straten als aanbod meetellen. De nota van de gemeente noemt meestal een afstand. Ontbreekt die, dan gebruiken wij de acceptabele loopafstanden uit CROW-publicatie 744. Voor bewoners is dat 75 tot 100 meter, voor bezoekers van woningen 100 tot 250 meter en voor een winkelgebied 200 tot 600 meter. Een te ruime cirkel is een bekend aanvalspunt bij bezwaar, dus wij tekenen het gebied op de kaart.

Hoe lang duurt het opstellen van een parkeerbalans?

Een parkeerbalans voor een eenvoudig plan is in 2 weken klaar. Een complex plan vraagt tot 6 weken. Dat is een plan met meerdere scenario’s, meerdere normensets of een fasering, waarin wij ook adviseren over parkeren op eigen terrein en het parkeerregime. Is er een drukmeting nodig, reken dan op ongeveer 5 weken erbij: 1 week voorbereiding, 2 weken meten en 2 weken voor het rapport.

Welke kencijfers gebruikt Exante?

Eerst de parkeernormen van de gemeente, want die zijn het toetskader. Zonder eigen nota gebruiken wij de kencijfers uit CROW-publicatie 744 uit 2024, de opvolger van publicatie 381. Die kencijfers zijn een bandbreedte en volgens CROW zelf nooit bedoeld als norm. Waar wij binnen die bandbreedte gaan zitten, onderbouwen wij met de ligging van de locatie en het aanbod aan openbaar vervoer.

Verder lezen over parkeren en onderbouwing

Een parkeerbalans is vaak één onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing van een plan. Kijk ook bij parkeren en ruimtelijke onderbouwing en bij verkeersrecht. Hoe de fietsroute de piek op het parkeerterrein van een sportpark bepaalt, lees je in Vijf eisen aan de fietsroute naar het sportpark.

Van inzicht tot inrichting.

Heb je een vergelijkbaar vraagstuk? We beginnen graag met een goed gesprek.