Haarlem verleende een omgevingsvergunning voor 823 appartementen en 5.000 m² commerciële ruimte aan de Toekanweg. Daarbij horen 218 parkeerplaatsen. Dat is fors minder dan de eigen norm van de gemeente voorschrijft. Buurman Van der Valk stapte naar de Raad van State. Op 5 augustus 2026 verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond.
Die uitspraak is interessanter voor het mobiliteitsonderzoek dan voor het parkeerbeleid. Want de Afdeling toetst niet of de korting klopt. Zij toetst of het onderzoek de korting draagt. Wij lezen er vijf lessen in voor iedereen die zo’n onderzoek opstelt of beoordeelt.
De vijf lessen in het kort
- Controleer eerst welk beleidskader geldt. Een norm uit een nieuwere nota is geen norm voor dit plan.
- Laat het beleid zelf de deur openzetten. Daardoor is afwijken geen uitzondering op het beleid, maar toepassing ervan.
- Onderbouw elke korting apart, met echte cijfers. Een korting zonder bron is een mening.
- Stapel geen kortingen op dezelfde grond. Een reductie voor het openbaar vervoer en een lagere bezoekersnorm zijn twee verschillende dingen.
- Borg het restrisico in de voorschriften. Een lage parkeernorm overleeft de toets als er een harde borging tegenover staat.
De rekensom in het kort
Het stedenbouwkundig programma van eisen levert na dubbelgebruik een behoefte van 319 parkeerplaatsen op. Goudappel paste in het mobiliteitsonderzoek twee extra kortingen toe.
| Stap in de rekensom | Wat er verandert | Parkeerplaatsen |
|---|---|---|
| Behoefte na dubbelgebruik | Volgens het stedenbouwkundig programma van eisen | 319 |
| Korting op de bezoekersnorm | Van 0,2 naar 0,1 parkeerplaats per woning | |
| Reductie voor hoogwaardig openbaar vervoer | Van 5% naar 15% | |
| Behoefte na de kortingen | 208 | |
| Aangeboden in het plan | 218 |
Daarmee zakt de behoefte naar 208 plaatsen. Het plan levert er 218. Van der Valk vond dat ontoelaatbaar afwijken van het beleid. De Afdeling ging daar niet in mee.
Les 1: controleer eerst welk beleidskader geldt
Van der Valk beriep zich op de Nota parkeernormen 2023. Die gold hier niet, door het overgangsrecht. Het oudere programma van eisen bleef het toetskader. Dat scheelde de discussie een hele ronde.
Begin een parkeeronderbouwing dus altijd met de vraag welk kader op de aanvraagdatum van toepassing is. Een norm uit een nieuwere nota is geen norm voor dit plan.
Les 2: laat het beleid zelf de deur openzetten
De Afdeling hecht eraan dat het programma van eisen een expliciete afwijkingsmogelijkheid kent. De Beleidsregels parkeernormen Haarlem maken maatwerk mogelijk. Daardoor is afwijken geen uitzondering op het beleid, maar toepassing ervan.
Voor gemeenten is dat een ontwerpkeuze in het beleid zelf. Neem een maatwerkbepaling op met een omschrijving van wat een goede onderbouwing is. Dan hoeft niemand later te betogen dat de norm eigenlijk niet zo hard bedoeld was.
Les 3: onderbouw elke korting apart, met echte cijfers
Hier zit de kern van de uitspraak. De Afdeling accepteert de twee kortingen omdat referentieprojecten laten zien dat ze realistisch zijn. Die referentieprojecten kwamen op nog lagere aantallen uit. Praktijkgegevens uit vergelijkbare projecten wegen dus zwaarder dan een aanname.
Neem in een mobiliteitsonderzoek daarom per korting op: welke referentieprojecten, welke meetgegevens, en waarom die situatie vergelijkbaar is met deze locatie. Een korting zonder bron is een mening.
Les 4: stapel geen kortingen op dezelfde grond
Van der Valk betoogde dat twee keer werd gekort voor de nabijheid van openbaar vervoer. Die grond faalde, omdat de onderbouwing per korting een eigen reden noemt. Een reductie voor het openbaar vervoer en een lagere bezoekersnorm zijn twee verschillende dingen.
Maak dat in het rapport zichtbaar. Zet de kortingen in één tabel, met per regel de grondslag. Overlap valt dan meteen op, bij jezelf en bij de bezwaarmaker.
Les 5: borg het restrisico in de voorschriften
De grootste kwetsbaarheid van dit plan is dat de OV Hub Haarlem Zuid er nog niet ligt. De Afdeling vindt het aannemelijk dat de hub op tijd gereed is. Daarnaast staat in de vergunningvoorschriften dat bewoners geen recht hebben op een parkeervergunning. Toekomstige eigenaren en huurders moeten daarover geïnformeerd worden.
Dat is het patroon dat vaker terugkomt. Een lage parkeernorm overleeft de toets als er een harde borging tegenover staat. Zonder die borging verschuift het probleem naar de openbare ruimte, en dan wordt het alsnog een ruimtelijk ordeningsvraagstuk.
Wat dit betekent voor jouw project
De uitspraak verruimt geen normen. Zij verlegt het zwaartepunt naar de kwaliteit van de onderbouwing. Wie een lage parkeernorm wil, levert een mobiliteitsonderzoek met vier onderdelen.
Het juiste beleidskader
Begin een parkeeronderbouwing dus altijd met de vraag welk kader op de aanvraagdatum van toepassing is.
Een expliciete afwijkingsgrond
Neem een maatwerkbepaling op met een omschrijving van wat een goede onderbouwing is.
Referentiedata per korting
Welke referentieprojecten, welke meetgegevens, en waarom die situatie vergelijkbaar is met deze locatie.
Een sluitende borging in de voorschriften
Een lage parkeernorm overleeft de toets als er een harde borging tegenover staat.
Ontbreekt er één, dan is de korting een gok. Zitten ze er alle vier in, dan is er ruimte. Waar anderen vastlopen in richtlijnen, zoeken wij de ruimte.
Nuchter. Praktisch. Een tikkeltje eigenwijs.
Bron
Raad van State, uitspraak 202402052/1/R1 van 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4602.