Wat de nieuwe CROW-indeling van het fietsnetwerk betekent voor je fietsplan

CROW-Fietsberaad publiceerde in september 2026 de notitie Categorisering fietsnetwerk. Daarmee is er voor het eerst één methode om het fietsnetwerk in te delen, zoals Duurzaam Veilig dat sinds 1996 voor wegen doet. De kern is een omkering. De functie van een route bepaalt de inrichting, en niet het aantal fietsers dat er nu rijdt.

Voor wie een fietsplan opstelt of een herinrichting beoordeelt, verandert daarmee de vraag waarmee je begint. Hieronder staat wat er verschuift en hoe je een bestaand netwerk herindeelt.

In het kort

  • De functie van een route bepaalt de inrichting, en niet het aantal fietsers dat er nu rijdt.
  • De fiets krijgt een eigen indeling, los van de indeling in erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen en stroomwegen.
  • Het schakelnetwerk is een nieuwe categorie tussen het basisnetwerk en het hoofdnetwerk.
  • De notitie is een methode en nog geen richtlijn.
  • Opnieuw beginnen is volgens de notitie meestal niet nodig.

Aanleiding voor de notitie

Nederland heeft geen eenduidige indeling van het fietsnetwerk. CROW nam een steekproef uit de beleidsstukken van tien gemeenten, drie provincies en het Rijk. Samen noemen die stukken zestien verschillende categorieën, van sterfietsroute en bovenlokale fietsroute tot primaire en secundaire fietsroute.

De meeste indelingen gaan uit van het gebruik. Een hoofdfietsroute in een plattelandsgemeente trekt daardoor soms minder fietsers dan een pad in het basisnet van een stad. Voor het stellen van eisen en het uitwisselen van data werkt dat niet.

De notitie is gepresenteerd op het Nationaal Fietscongres in Zwolle in juni 2026. CROW wil de inhoud gebruiken bij de actualisatie van de Ontwerpwijzer fietsverkeer.

De drie categorieën in het kort

Basisnetwerk

Onder het basisnetwerk valt alles waar je mag fietsen zonder dat de route iets bundelt.

Schakelnetwerk

Het schakelnetwerk bundelt de routes op het niveau van een wijk of dorp en sluit ze aan op het hoofdnetwerk.

Hoofdnetwerk

Het hoofdnetwerk verbindt de grote bestemmingen in stad en regio. Ook doorfietsroutes zoals de F65 en de F67 vallen eronder.

Trajectkaart van de doorfietsroute Zwijndrecht - Hendrik-Ido-Ambacht met per deeltraject de gekozen vorm: fietsstraat met vrijliggend fietspad, oversteek in of uit de voorrang en een verbreding van het fietspad
Trajectkaart van de doorfietsroute tussen Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht, met per deeltraject de gekozen vorm: fietsstraat met vrijliggend fietspad, oversteek in of uit de voorrang en een verbreding tot 4,00 m.

Verschuivingen voor wie een fietsnetwerk plant

Rol van functie en gebruik

Wij lezen vier verschuivingen in de notitie. De eerste weegt het zwaarst. De volgorde draait om. Eerst stel je vanuit het beleid de functie van een route vast. Daaruit volgt de vorm, en uit de vorm het gebruik. De omgekeerde redenering, dat een hoofdfietsroute een route is met meer dan een bepaald aantal fietsers, laat de notitie los.

Dat heeft gevolgen voor de breedte. Die hing tot nu toe vaak aan de intensiteit. Een route met weinig fietsers kreeg een smal pad. Groeide het gebruik, dan paste het pad niet meer. Verbreden is later duur en ruimtelijk vaak niet meer mogelijk.

In een discussie over de ruimte in het profiel geeft dat een sterk argument. Het aantal fietsers van vandaag bepaalt niet meer hoe breed een route mag zijn. De functie doet dat.

Verhouding tot de wegencategorisering

De fiets krijgt een eigen indeling, los van de indeling in erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen en stroomwegen. Duurzaam Veilig ging uit van het gemotoriseerd verkeer als bron van gevaar. Op een erftoegangsweg kregen fietsers daardoor impliciet een verblijfsfunctie. De SWOV stelde in 2013 al vast dat de stroomfunctie van de fiets zo buiten beeld bleef.

De fietsstraat laat zien dat het samengaat. Een straat met een verblijfsfunctie voor de auto kan voor de fiets een hoofdroute zijn. De notitie vraagt daarom om het hoofd- en schakelnetwerk zo veel mogelijk te ontvlechten van de belangrijke autoroutes. Dat raakt aan de keuzes uit onze artikelen over GOW30 en over 30 km/h buiten de bebouwde kom.

Toelichting op het schakelnetwerk

Het schakelnetwerk is een nieuwe categorie tussen het basisnetwerk en het hoofdnetwerk. Volgens de notitie is het nodig om de fietskwaliteit op wijk- en dorpsniveau te borgen, zonder van elke fietsverbinding meteen een hoofdfietsroute te maken.

Een route naar een basisschool of een sporthal krijgt zo een eigen plek. Zo’n route is geen hoofdroute. Toch vraagt hij meer dan de basiskwaliteit van een woonstraat. Tot nu toe was er geen categorie om die wens aan op te hangen.

Voorkeurskenmerken per categorie

Bij elke categorie hoort een set voorkeurskenmerken. Die gaan onder meer over de ontwerpsnelheid, de wachttijd bij verkeerslichten, de voorrang, de breedte en de soort voorziening per wegtype. Hoe hoger de categorie, hoe strenger de eis. De waarden zelf staan in de publicatie van CROW.

Voor ontwerpers verandert daarmee de volgorde van werken. De categorie van de route komt eerst. Pas daarna kies je tussen gemengd verkeer, een fietsstraat, fietsstroken of een fietspad.

Schetsontwerp van de Noordermeent in Hilversum als GOW30, met aan weerszijden een fietsvoorziening in rood asfalt en een geaccentueerde oversteek bij het kruispunt met de Zuidermeent
Schetsontwerp voor de Noordermeent in Hilversum als gebiedsontsluitingsweg van 30 km/h, met aan weerszijden een fietsvoorziening in rood asfalt.

Punten die de notitie nog openlaat

De notitie is een methode en nog geen richtlijn. Op twee punten ligt de keuze nog bij de wegbeheerder.

Het eerste punt is het schakelnetwerk zelf. CROW noemt de kenmerken daarvoor een beredeneerde voorzet. Ze komen dus niet uit een bestaande richtlijn.

Het tweede punt zijn de alternatieve routes. Lukt het niet om een hoofdroute sociaal veilig of groen te maken, dan vraagt de notitie om een sociaal veilig of groen alternatief. Eisen voor dat alternatief stelt de notitie niet. Als logische insteek noemt ze om het één niveau lager te ontwerpen. Een groen alternatief voor het hoofdnetwerk krijgt dan de eisen van het schakelnetwerk.

Wij adviseren om beide keuzes nu al vast te leggen in je fietsplan, met de onderbouwing erbij. Dan staat je keuze op papier voordat de nieuwe Ontwerpwijzer verschijnt. Hoe je een eigen keuze naast een CROW-publicatie onderbouwt, lees je in ons artikel over afwijken van CROW-richtlijnen.

Werkwijze

Werkwijze voor een bestaand fietsnetwerk in vier stappen

Opnieuw beginnen is volgens de notitie meestal niet nodig. De vraag is welke schakels van je bestaande netwerk bij het hoofdnetwerk horen, welke bij het schakelnetwerk en welke schakels nog ontbreken. Die vraag beantwoord je in vier stappen.

Stap 1

Vertaal je eigen termen naar de drie categorieën

Een sterfietsroute of primaire fietsroute wordt in de meeste gevallen hoofdnetwerk.

Stap 2

Bepaal per schakel de functie

Welke bestemmingen verbindt hij, en op welk schaalniveau? Het aantal fietsers is hier geen maatstaf.

Stap 3

Toets de inrichting aan de voorkeurskenmerken

Zo vind je de zwakste schakels. In Cuijk deden wij dat voor het hele fietsnetwerk in de kern, met de CROW-kwaliteitseisen als maat.

Stap 4

Vul de ontbrekende schakels aan en controleer de samenhang

Een goed hoofdnetwerk vangt met een beperkt aantal routes het grootste deel van de fietskilometers op.

Wat dit betekent voor je fietsplan

De notitie verandert nog geen enkele norm. Wel verandert de eerste vraag bij elke route. Niet hoeveel fietsers er rijden, maar welke functie de route in het netwerk heeft.

Wie die vraag nu beantwoordt en vastlegt, staat sterker in elke discussie over de ruimte in het profiel. De categorie is het inzicht en de inrichting volgt eruit. Van inzicht tot inrichting.

Hoe je van losse fietsprojecten naar één samenhangend netwerk komt, beschreven we eerder aan de hand van Hilversum in Eén samenhangend fietsnetwerk. Hoe een toets van het hele netwerk eruitziet, zie je bij ons project in Cuijk. Wat de functie van een route betekent voor de laatste kilometer aan de rand, waar de sportparken liggen, lees je in Vijf eisen aan de fietsroute naar het sportpark.

Van inzicht tot inrichting.

Heb je een vergelijkbaar vraagstuk? We beginnen graag met een goed gesprek.